rodejurk

Aan en uit [2] Ze had niets aan!

rodejurk

Wat heb je een leuke jurk aan!

What a nice dress is it you’re wearing!

Wat zie je er  leuk uit!

You are looking  beautiful!

Hij trok snel zijn schoenen aan

He quickly put on his shoes

Kom binnen en doe je jas uit!

Come in and take off your coat!

In de moskee moeten je schoenen uit

In the mosque you must take off your shoes

Ze had niets aan

She was naked